Riepair B.V.

Tijd verandert dingen maar de waarheid is dat je het zelf moet doen

Nieuws
Nieuws

Is er iets mis met de BHV?

Het blijkt uit een onderzoek van de Stichting Bedrijfshulpverlening Nederland: het aantal BHV’ers in MKB-bedrijven neemt af. En overblijvers worden ook nog eens slecht opgeleid. Gaat het inderdaad slecht met de BHV?

Het is een YouTube-filmpje van slechts 41 seconden, maar na een seconde of vijf is de boodschap al duidelijk: een beginnende brand kan zich razendsnel verspreiden.

Nee, zeg Brenda Van Dranen, adjunct-directeur van de Stichting Bedrijfshulpverlening Nederland (SBN), “Die beelden zijn niet gemanipuleerd. De snelheid is echt angstaanjagend. Ik ken brandweermannen die nooit meer op vakantie gaan zonder hun eigen rookmelders.”

In het YouTube filmpje ging het waarschijnlijk om een woonhuis. Maar een soortgelijke brand kan ook uitbreken in café’s, zorginstellingen en zelfs in kantoren. “Natuurlijk”, zegt Van Dranen. “In zo’n kantoor vind je minder brandbare materialen. Maar als de compartimentering niet goed is geregeld, slaat het vuur ook daar snel om zich heen. Zelfs een brand in een prullenbak kan gevaarlijk zijn. Natuurlijk, die valt snel te doven, maar dan moet je wel weten hoe.”

Onderzoek En daar zit het probleem. Want degenen die dat weten, dat zijn de BHV’ers. En uit een onderzoek dat de SBN liet uitvoeren onder 400 MKB-bedrijven, blijkt dat de bedrijfshulpverlening hier op de tocht staat. Enkele cijfers:

  • Iets meer dan de helft van de werkgevers (51%) zegt dat er beduidend minder of zelfs helemaal geen BHV’ers meer in dienst zijn.
  • Slechts 19% zegt dat er altijd een BHV’er in het bedrijf aanwezig is.
  • Slechts 28% leidt de BHV’ers regelmatig op.
  • Ook de herhalingscursus blijkt een probleem: 29% van de BHV’ers gaat slechts een keer in de twee jaar op herhaling, 14% zelfs minder dan dat.
  • Maar liefst 46 procent van de werkgevers weet zelfs niet dat het kennisniveau van de BHV’er op peil moet worden gehouden.

Van Dranen was niet verrast. De SBN organiseert BHV-trainingen, en heeft dus een goed overzicht van de belangstelling hiervoor. En die belangstelling neemt al jaren af. “Je ziet dat mensen pas oog gaan krijgen voor BHV, als het misgaat. Bijvoorbeeld na rampen in Enschede, café De Hemel of in Moerdijk. Dan zie je dat het aantal aanvragen toeneemt – maar daarna gaat de lijn weer snel naar beneden.”

En dat terwijl het risico niet meedaalt. “Af en toe houd ik echt mijn hart vast”, zegt Van Dranen. “Als ik bijvoorbeeld zie hoe het gaat bij zorginstellingen… Daar is een zeer beperkt aantal verpleegkundigen soms verantwoordelijk voor meer dan honderd cliënten. Of neem kleine bedrijven die met z’n allen in een hoog kantoorpand zitten, en geen van allen een BHV’er in dienst hebben.”

Dag van de BHV Gaat het inderdaad slecht met de BHV? Volgens Sylvester Bennema, een van de drijvende krachten achter Dag van de BHV, zou het beter kunnen. Ook hij kent veel bedrijven waar de BHV-organisatie nog niet goed is opgetuigd. Maar tegelijkertijd ziet hij ook positieve signalen. “Neem die bedrijven die met z’n allen in één hoog pand zitten. Tegenwoordig zie je vaak dat die samenwerken. Die steken de koppen bij elkaar en overleggen hoeveel BHV’ers er iedere dag nodig zijn voor het hele gebouw. Op die manier garandeer je dat het minimum aantal steeds wordt gehaald.”

Een ander voorbeeld: die zorginstelling waar een beperkt aantal verpleegkundigen de verantwoordelijkheid heeft over meer dan honderd cliënten. “Dat is inderdaad geen wenselijke situatie”, zegt Bennema. “Maar tegelijkertijd moet je beseffen dat het Bouwbesluit de laatste jaren is aangescherpt. Je ziet dat de meeste zorgorganisaties tegenwoordig beschikken over een goede compartimentering. Als er in een kamer brand uitbreekt, duurt het vaak een half uur tot een uur voordat die overslaat naar de rest van het gebouw. En dat betekent dat de BHV veel tijd heeft om te ontruimen. Natuurlijk, die compartimentering werkt niet als de deuren van de kamer met krekken worden opengehouden. Maar ik moet zeggen: dat zie ik tegenwoordig veel minder vaak dan zo’n vier jaar geleden.”

Imago Ook bespeurt Bennema een lichte verbetering in het imago van de BHV’er. “Vroeger zag je bij de collega’s vaak iets lacherigs: daar komen ze weer met hun hesjes en hun portofoons. Maar tegenwoordig zijn ze beter in staat om uit te leggen voor wie ze het doen: niet voor zichzelf maar juist voor die ander, in het geval er iets gebeurt. Dat hoor je ook terug in onze slogan: BHV, ik doe het ook voor jou!”

Vandaar ook de Dag van de BHV, die op 4 november voor de tweede keer wordt georganiseerd. In vergelijking met vorig jaar is de belangstelling volgens Bennema gestegen. “Toen werden er 3000 promotiepakketten aangevraagd, en hebben we zo’n 250.000 medewerkers bereikt. Dit jaar verwachten we dat dat laatste aantal oploopt naar 340.000 tot 350.000. Ook zie je dat grote organisaties als de belastingdienst hun eigen BHV-dag organiseren.”

Elk jaar wordt tijdens de Dag van de BHV de BHV’er van het Jaar bekendgemaakt. Dit jaar ging deze eretitel naar Chantal van Schaagen van DUO in Groningen.

Successen delen Maar voor het imago van de BHV is het ook belangrijk dat de BHV’er zijn successen deelt. En Bennema geeft het toe: dat gebeurt nu niet altijd. Waarschijnlijk door bescheidenheid. Terwijl het toch veel is om trots over te zijn. “Ik hoorde laatst een verhaal van een man die in een tramhokje plotseling in elkaar was gezakt. Gelukkig had het bedrijf in de buurt zijn BHV-organisatie goed opgetuigd. Daar rukte onmiddellijk iemand een AED van de muur en sloeg aan het reanimeren. Het slachtoffer heeft met relatief weinig restverschijnselen het ziekenhuis lopend kunnen verlaten. Dat soort verhalen doen het imago van de BHV natuurlijk goed.”

Bron: Arbo-online

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

copyright ©2019 Riepair - Houdt bedrijven gezond en veilig - All rights Reserved Contact | Disclaimer